Vroeger

Het Posthuys was jarenlang een schakel in de postroute van Amsterdam naar Oost-Vlieland. In de gouden eeuw gingen talrijke koopvaardij- en natuurlijk ook oorlogsschepen, op doortocht naar alle windstreken regelmatig voor anker op de rede van Vlieland.

Amsterdamse kooplieden wilden een “posterije met paarden en sloepen”, zodat hun brieven de op de Vlierede binnenvallende en vertrekkende schepen zo snel mogelijk zouden bereiken en ook om de berichten van de schepen zelf zo snel mogelijk te ontvangen.

In 1677 was het zover. De “zeebrieven” deden er ongeveer tien tot twaalf uur over om op de plaats van bestemming te komen.

Een postiljon snelde van Amsterdam naar Den Helder, vanwaar een postschipper de brieven naar Texel bracht. Daar stond weer een postrijder klaar voor de rit over het eiland.

Vanaf Texel voer de tweede postschipper met zijn vlet naar een vast punt op de Vliehors, de grote zandplaat die de westkant van Vlieland vormt.

Het Posthuys was het onderkomen van de Vlielandse postiljon. Voor dag en dauw moest hij met paard en wagen acht kilometer de Vliehors op rijden, het Texelse postbootje tegemoet. Vooral in de winter konden dat barre ritten zijn. Sneeuwstormen en dichte mist ontrokken de bosjes helm en paaltjes, die als bakens dienden, aan het zicht.

De postiljon nam (als de vlet inderdaad arriveerde) de post voor de schepen in ontvangst en leverde de brieven voor de heren in Amsterdam aan de schipper af. Via het Posthuys werden de brieven naar het dorp Oost-Vlieland vervoerd en vandaar weer per sloep naar de schepen op de Vlierede.

In 1927 werd de dienst opgeheven. Postvliegtuigjes namen het werk over. Bovendien was er van “zeebrieven” nauwelijks meer sprake, sinds de stoomvaart de zeilvaart had verdrongen. Blijkens een oude kaart stond er al lang voordat er een vaste postdienst was een schuurtje of huis op de plaats van het posthuys. Op een andere kaart, uit 1782, staat er al duidelijk een naam “het posthuysje”.

In 1836 werd het houten gebouwtje vervangen door een stenen huis, het eigenlijke posthuys.  Dit gebouw staat er nu nog, alszijnde het cafégedeelte van de huidige uitspanning. De oude wagenstal werd ten tijde van Jan Cupido, de laatste postiljon, met gejut hout uitgebouwd tot een grote boerenstal en later tot vakantieverbijf.

In 1988 werd het café-restaurant gerenoveerd en daarmee verdween ook het zand van de vloer. De logiesverblijven maakten weer plaats voor paarden en rijtuigen.

Vandaag de dag is de grote stal onderverdeeld in een eigenaarswoning, personeels-accomodatie, berg- en werkruimte.

Klik hier voor foto’s!